
Appeltaart
Hoog, vol appel en met een knapperig rooster: zo hoort een Hollandse appeltaart. Goudreinetten maken de vulling smeuïg, een stevige handappel geeft bite. Voor een springvorm van 24 cm, goed voor 12 punten.
Ingrediënten
- Voor het deeg
- 300 g zelfrijzend bakmeel (plus een beetje om uit te rollen)
- 150 g basterdsuiker (licht of donker) (licht)
- 1 zakje vanillesuiker
- snufje zout
- 200 g roomboter (ongezouten) (op kamertemperatuur, in blokjes, plus wat extra voor de vorm)
- 1 ei (losgeklopt)
- Voor de vulling
- 1000 g appel (geschild gewicht, ongeveer 7 appels: half goudreinet, half elstar of jonagold)
- 1 el citroensap
- 75 g kristalsuiker
- 2 tl kaneel
- 75 g rozijnen
- 2 el paneermeel
| Energie | 356 kcal |
| Eiwit | 3,8 g |
| Koolhydraten | 55½ g |
| Waarvan suikers | 32 g |
| Vet | 14,4 g |
| Waarvan verzadigd | 8,6 g |
| Vezels | 3,2 g |
| Zout | 0,8 g |
Bereiding
- Meng het zelfrijzend bakmeel, de basterdsuiker, de vanillesuiker en een snufje zout in een kom. Voeg de roomboter en het losgeklopte ei toe, maar houd 1 el ei apart om te bestrijken. Kneed met koele handen kort tot een samenhangende bal. Wikkel in folie en laat 30 minuten opstijven in de koelkast.
- Laat intussen de rozijnen 10 minuten wellen in een kommetje heet water. Verwarm de oven voor op 175 °C (hetelucht 160 °C) en vet een springvorm van 24 cm in met roomboter.
- Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in stukjes van ongeveer 1,5 cm. Hussel ze in een grote kom door het citroensap, de kristalsuiker, de kaneel en de uitgeknepen rozijnen.
- Neem een derde van het deeg apart voor het rooster. Druk de rest met je vingers in een gelijkmatige laag van ongeveer 5 mm uit over de bodem en tegen de rand van de vorm, tot ongeveer 4 cm hoog.
- Strooi het paneermeel over de bodem; het neemt het appelvocht op, zodat de bodem niet klef wordt. Schep de appelvulling erin en druk licht aan. De vulling mag boven de rand uitkomen, ze zakt tijdens het bakken in.
- Rol het overgebleven deeg op een met bakmeel bestoven werkblad uit tot ongeveer 4 mm dik en snijd het in repen van 1,5 cm. Leg ze als rooster over de appels en druk de uiteinden vast op de rand. Bestrijk rooster en rand met het achtergehouden ei.
- Bak de taart op een rooster onder in de oven in 65 tot 75 minuten diep goudbruin, tot het appelvocht tussen het rooster door borrelt. Kleurt de bovenkant te snel, dek hem dan de laatste 15 minuten af met aluminiumfolie.
- Laat de appeltaart minstens 1 uur in de vorm afkoelen op een rooster, zodat de vulling opstijft. Maak dan de rand los en snijd hem in 12 punten.
Tips
Een dag oud is appeltaart op zijn best. Bewaar hem afgedekt op een koele plek, niet in de koelkast, dan blijft het deeg knapperig.
Lekker met een toef ongezoete, stijfgeklopte slagroom.
Variatie. Vervang de rozijnen door 50 g grof gehakte walnoten, of gebruik beide.
